Fandom

Scratchpad

Academische School

216,193pages on
this wiki
Add New Page
Discuss this page0 Share

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

HANDREIKINGEN EN AANDACHTSPUNTEN t.b.v. INRICHTEN ONDERZOEKSEAMS / KENNISKRINGEN EN OPSTELLEN WERKPLANNEN

Jeroen Imants, sept. 2006

Uitgangspunten

Bij de Academische School gaat het om de ontwikkeling van onderzoekende houding en vaardigheden bij alle betrokkenen, leerlingen, studenten van de lerarenopleiding en lio’s, leraren, opleiders, en leden van de schoolleidingen. De Academische School is een opleidingsschool. Het opleiden van studenten van de lerarenopleiding en lio’s neemt een centrale plaats in. Het ontwikkelen van onderzoekende houding en vaardigheden is in ieder geval ook op hen gericht. De onderzoekende activiteiten van de leraren, lio’s en studenten zijn direct gekoppeld aan het leren van de leerlingen. De resultaten van het onderzoek blijken uit direct in de praktijk toepasbare verbeteringen en nieuwe werkwijzen in het onderwijs aan de leerlingen. Het onderzoek krijgt de vorm van ontwikkelingsonderzoek of design research. In de kern van de zaak komt het er op neer dat nieuwe en verbeterde didactische werkwijzen, leermiddelen, onderwijsmaterialen, etc. worden ontwikkeld, uitgeprobeerd, beproefd en verbeterd.

Organisatie

Het onderzoek (ontwikkelen, uitproberen, beproeven en verbeteren) vindt plaats in teams binnen de school. Schooloverstijgend werken wordt met nadruk nagestreefd. Deze teams werken als onderzoeksteams, kenniskringen, etc. Van de onderzoeksteams / kenniskringen maken in ieder geval alle lio’s in de school deel uit, en de begeleiders van deze lio’s zijn goed op de hoogte of maken deel uit van deze teams / kenniskringen. De bijdragen van stageaires en lio’s aan de ontwikkeling, beproeving en verbetering van de didactische werkwijzen in de school maakt deel uit van hun reguliere opleiding en van het opleidingscurriculum. Het gaat met name om de onderdelen uit het curriculum waarin het ontwikkelen van een lessenreeks centraal staat, gekoppeld aan het afstudeerproject (2e gr) of het praktijkonderzoek (1e gr). De stageaires en lio’s ontvangen instructie en begeleiding in de betreffende aspecten van ontwikkelingsonderzoek binnen de school. Deze onderdelen van de opleiding worden dus binnen de school gegeven door docenten van de opleiding en mede begeleid door docenten uit de school; dit is een tastbare en concrete verschuiving van een deel van de uitvoering van de opleiding naar de school! De aan de onderzoeksteams / kenniskringen deelnemende leraren fungeren zoveel als mogelijk als begeleider (SPD?) van de lio’s. Deze leraren zijn dus tegelijk zelf ontwikkelaar en onderzoeker, en ze begeleiden de lio’s bij hun bijdragen aan het project in termen van ontwikkeling, uitproberen en verbeteren. Opleiders / onderzoekers van het ILS fungeren als begeleiders van onderzoeksteam / kenniskring, in ieder geval ter ondersteuning van het ontwikkelwerk en voor de stimulering en bewaking van de voortgang van de lio’s. Idealiter nemen de opleiders integraal deel aan het ontwikkelen, uitproberen en verbeteren van de didactische werkwijzen. Het gaat hierbij in ieder geval om onderzoeksmethodische en vakdidactische ondersteuning. Deze bijdrage van ILS opleiders/vakdidactici moet resulteren in de opzet van vakdidactische netwerken. De ILS onderzoekers ondersteunen de kenniskring in methodische zin, waar nodig verzorgen zij instructie en directe begeleiding, en zij leveren een actieve bijdrage aan de onderzoeksmatige aspecten van het werk in onderzoeksteam / kenniskring. De onderzoeksassistent verzorgt hand- en spandiensten op terreinen waar de lio’s en de leraren onvoldoende aan toekomen, bijvoorbeeld het verzamelen, selecteren en toegankelijk maken van elders ontwikkelde didactische materialen die van direct nut kunnen zijn voor de kenniskringen, en het verzamelen en verwerken van onderzoeksgegevens.

  • Schoolleidingen
  • OMO

Werkwijze

Ontwikkelen, uitproberen en beproeven is een enkele cyclus van dit onderzoek. Verbeteren en opnieuw uitproberen en beproeven is dan de tweede cyclus. Het onderzoek bestaat dus uit opeenvolgende cycli van ontwikkelen, uitproberen, beproeven, en vervolgens verbeteren, etc. Lio’s nemen deel aan een volledige cyclus van het onderzoek. Leraren nemen deel aan meerdere cycli van het onderzoek en aan vervolgprojecten. Stageaires voeren deelopdrachten uit binnen een cyclus, bijvoorbeeld het uitvoeren van observaties in de klas met een door het onderzoeksteam ontwikkeld observatieformulier.

Basisschema

Aan het onderzoek ligt het volgende basisschema ten grondslag:

Hier kan een afbeelding staan

Dit basisschema lijkt in alle eenvoud een open deur. Dat is het echter allerminst. Bij dit basisschema gaat het om vragen die leraren en lio’s zich lang niet altijd stellen, wanneer ze onderwijs aan het ontwikkelen en uitvoeren zijn. Het gaat om vragen als:

  • waarom kies ik voor deze inhoud en werkwijze; hoe geef ik daar uitvoering aan zodat ik de gestelde doelen bereik; hoe wil ik dat de leerlingen hiermee aan het werk gaan; waaraan kan ik waarnemen dat de leerlingen inderdaad op de bedoelde manier aan het werk zijn;
  • welke leeractiviteiten worden door de leerlingen ondernomen; welke van die activiteiten komen overeen met de bedoeling van de leraar; welke vooraf bedoelde activiteiten worden niet door de leerling ondernomen; wat doen de leerlingen anders is dan bedoeld
  • tot welke leerresultaten leiden deze activiteiten van de leerlingen; in hoeverre komen deze resultaten overeen met de vooraf beoogde resultaten; welke resultaten zijn aanwijsbaar die vooraf niet waren voorzien; zijn deze resultaten positief of negatief te waarderen voor de ontwikkeling van de leerling
  • hoe beoordeelt de leraar de leerlingen, waarom kiest de leraar voor deze aandachtspunten om de leerlingen te beoordelen, wat zegt dat over doelen, verwachtingen en didactische know how van de leraar?

Wanneer leraren, lio’s en stageaires, evenals hun opleiders en schoolmanagers zich deze vragen gaan stellen, dan zitten ze in de kern van hun professionaliteit. In dat geval werken ze op essentiële punten aan hun professionele ontwikkeling en geven ze gestalte aan de zorg om kwaliteit van het onderwijs in de school. Het gaat hier om de kern van wat bedoeld wordt met een onderzoekende houding. Het op alle niveaus in de school denken, voelen en handelen volgens dit basisschema, met in de kern het leren van de leerlingen, vormt de essentie van een academische opleidingsschool. De dieptepilot is geslaagd wanneer binnen de scholen en in de samenwerking tussen scholen en ILS de structuren en werkwijzen zijn vastgelegd waarin deze essentie ook na afloop van de dieptepilot in de praktijk gebracht gaat worden.

Werkplan

In een werkplan worden de volgende onderdelen uitgewerkt. Dit werkplan hoeft niet vooraf helemaal in detail te zijn uitgewerkt. Het idee is dat de uitwerking van het werkplan als het ware ‘meegroeit’ met de uitvoering van het ontwikkel- en onderzoekswerk. Het nu volgende is dus een handreiking en geheugensteun aangaande de beslissingen achtereenvolgens genomen moeten worden gedurende het werken aan het ontwikkel- en onderzoeksproject. Daarmee wordt voorkomen dat:

  • belangrijke zaken over het hoofd worden gezien
  • een zwabberkoers wordt gevaren
  • achteraf geen goede verantwoording kan worden afgelegd.
  1. keuze van het vak / leerjaar / leerlingengroep / onderwerp waarvoor een nieuw stuk onderwijs ontwikkeld gaat worden
    1. waarom deze keuze; wat is er mis of niet goed genoeg aan het huidige leren van de leerlingen en het betreffende onderwijs?
    2. waarom deze keuze; wat wordt het schoolvak en het onderwijs er beter van?
    3. waarom deze keuze; wat worden de leerlingen er beter van?
  2. bij elkaar zoeken van voorbeeldmaterialen, ondersteunende zienswijzen, vakdidactische en leertheoretische inzichten (hiermee moeten de onder 1 genoemde vragen beantwoord kunnen worden; daarnaast wordt voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden; en goede voorbeelden helpen het eigen denken en handelen gericht op weg)
    1. internet
    2. vaktijdschriften
    3. vakdidactische handboeken
    4. materialen van studiedagen / conferenties
    5. gesprekken met collega’s en opleiders
    6. bijdragen van deskundigen,
  3. het ontwerpen van nieuwe werkwijzen, leermiddelen, materialen, etc.
  4. vaststellen over welke vragen welke informatie verzamel moet worden om de sterke en zwakken kanten van de ontwikkelde materialen te kunnen beproeven; het gaat om informatie over:
    1. de uitvoering door en uitvoerbaarheid voor de leraar
    2. uitgevoerde leeractiviteiten door de leerlingen
    3. gerealiseerde leerresultaten door de leerlingen
  5. het uitvoeren van de nieuwe werkwijzen en het toepassen van materialen en leermiddelen in de klassen volgens 3
  6. parallel aan de uitvoering in de klassen het verzamelen van informatie bij leerlingen en leraren volgens 4
  7. het analyseren van de informatie en het terugkoppelen van de resultaten aan alle relevante betrokkenen
  8. het vastleggen en analyseren van de gesprekken volgens 7; juist de gesprekken over de terugkoppeling van de resultaten van de evaluatie zijn heel informatief en leerzaam voor het verder verbeteren van het onderwijs en voor het onderzoek
  9. formuleren van conclusies en discussiepunten over:
    1. de waarde van de ontwikkelde materialen voor de leerlingen en de leraren
    2. de waarde van de gebruikte voorbeelden en theoretische inzichten
  10. vastleggen van voorgaande in informatiedragers en verspreiden daarvan

Also on Fandom

Random wikia