Fandom

Scratchpad

Kanunnik Jan Schoeffer

215,886pages on
this wiki
Add New Page
Discuss this page0 Share

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Translation : Canon from Mechelen

Jan Schoeffer was een kanunnik te Mechelen, leraar in het Mechelse Klein Seminarie van 1830 tot 1841 [1] en archivaris van het Aartsbisdom.

Tekeningen

Het is te danken aan kanunnik Jan Schoeffer dat er vele afbeeldingen van Mechelse stadszichten bewaard zijn gebleven. Tussen 1830 en 1850 gaf Jan Schoeffer de opdracht om de Mechelse binnenstad [2] en het leven en de nijverheid [3] te vereeuwigen in tekeningen [4] aan Jan Baptist de Noter. Jan Baptist de Noter zal in die periode een 340-tal aquarellen afleveren.

In 1878 kocht de stad Mechelen de ganse reeks over [5] en belandde de reeks in het Mechelse stadsarchief.

De verzameling Schoeffer is veel meer dan enkel de aquarellen van Jan Baptist de Noter. De verzameling bevat tevens pentekeningen van Arnold Frans en Auguste van den Eynde.

Onlangs werd de volledige verzameling Schoeffer ingescand en deze unieke collectie bevat, in totaal, een 508 ingekleurde pentekeningen. [6]

Boeken

Jan Schoeffer scheef ook een aantal boeken.

  • Kort begryp der geschiedenis van het mirakuleus beeld van O.L.V. van Hanswyck, binnen Mechelen, of verhael van deszelfs oorsprong, eeredienst, wonderdaden en bezondere plegtigheden – Mechelen – Hanicq – 1838 [7]
  • ”Historie der Mechelse Gast- en Godshuizen” - artikelenreeks van kanunnik Jan Schoeffer uit de19de eeuw
  • “Vrouwenkloosters van Mechelen en ambachten” - artikelenreeks van kanunnik Jan Schoeffer uit de19de eeuw
  • “Matthiae Hovii, III archiepiscopi mechliniensis vita quam ex variis documentis calamo atque typo servatis conscribebat.” - Jan Schoeffer – 1860 - Betreffende de Mechelse aartsbisschop Matthias Hovius, met wapenschilden en schilderijtje Kapel van Standonck, Huis van Standonckseminarie en woning van een blauwverver voorstellende
  • Losse druksels over de “Kloosters van Mechelen” - dubbels van Kanunnik Schoeffer - 19de eeuw

Historische Aantekeningen

In Jan Schoeffers “Historische aantekeningen der Stad Mechelen” behandelde deze een aantal Mechelse onderwerpen, waaronder de Kraenkinderen en het schippersambacht en vermeldde hij gegevens omtrent de lijntrekkers. Ook beschreef hij hierin dat één last haring overeenkwam met het gewicht van één ton. [8]

Het Mechelse Cellebroedersklooster komt tevens ter sprake in zijn “Historische aantekeningen rakende de kerken, de kloosters, de ambachten en andere stichten der stad” uit 1879. [9] Hierin behandelde Jan Schoeffer ook het feit dat de Ongeschoeide Karmelieten in Mechelen pas vanaf 1679 toe kwamen tot kerkbouw. [10]

Historische Aantekeningen - Geerdegem

Een voorbeeld van een behandeling in “Historische Aanteekeningen” door Jan Schoeffer ivm de kapel van Geerdegem : [11]

“…Buiten de Oude Brusselschepoort, op de Geerdegemsestraet, werd in de voorledende eeuw ene kapel gebouwd ten dienste der inwoners van Geerdegem en Hofstade. De stichters daarvan waren de achtbare inwoonders van Mechelen Gaspar Estriex en Catharina Brandts, zyne huisvrouw. Deze kwamen den 1 october 1729 voor den notaris De Rees, verklarende dat zy van zin waren met oorlof der wettige overheid, eene kapel te bouwen in de Geerdegemstraet, tot welker fondatie zy eene jaerlykse inkomst van dry honderd guldens courant wilden vaststellen op hunnen eigendommen ; de akt daervan berust in origineel of copy in verschillige archieven.

De loffelyke stichters droegen dan een smeekschrift ten dien einde op aen zyne eminentie den kardinael Thomas Philippus, aertsbisschop van Mechelen; om die stichting goed te keuren. Na het advies der zeer eerw. Proost en ’t kapittel van de Metropolitane kerk en na gehoord te hebben de eerw. Heeren deken en pastoor van O.L.V. over de Dyle, heeft zyne Eminentie alles den 21 november 1729 ingewilligd; de oorkonde daervan berusten in origineel of copy in de archieven van het aertsbisdom en van de stad Mechelen.

Deze kapel werd begonnen den 24 meert 1730, op welken dag den eerste steen gelegd is door den raedsheer Steenhault, ridder en president van ’s Majesteits geheimen raed, enz. Zie de grafschriften blz. 351. Men verbeterde nogtans daer den misslag, waer de heer Blondeau kanunnik van Zellaer, gesteld wordt als de eerste, die als nachtpastoor die kapel bediend heeft, en als men stelle in plaets den eerw. heerGaillard, kapellaen en latere kanonik van O.L.V. over de Dyle, de eerste nachtpastoor, zoo gezegd omdat hy des nachts de H. Regten aen de inwoners van Geerdegem en Hofstade mocht toedienen.

De kapel was op enige maenden voltrokken, en werd de 4 september van hetzelfde jaer 1730 gezegend door de zeer eerw. Heer Amatus-Agnatius de Coriache, aertspriester der metropolitane kerk en lid van den Grooten Raed. Zy was ingewyd onder de bescherming van Maria onder den titel van O.L.V. van Affligem, of het vermaerde beeld hetwelk in die abdy van den tyd des H. Bernardus bestond en door de grenzen in 1580 verbroken werd, doch uit welker stukken er kleinere beeldekens gemaekt zyn, waervan er een door de opvolgers der Heeren van Affligem te Dendermonde bewaerd wordt. De oorsprong dus van de toewyding dier kapel aen O.L.V. van Affligem is hierin te vinden, dat de fondanteur Gaspar Estriex een oude oom in de abdy gehad had, Egidius Estriex, met kloosternaem Robertus, proost van Affligem geworden in 1660, en die een der genoemde O.L.V. beeldekens aen de familie gegeven had.

Men stelde alsdan op de kapel het volgende latynschjaerschrift :
erIgebant VIrgInI MarIae
pII ConIVges Gaspar EstrIX et
anna CatharIna BranDts.

Op 9 december 1749 vermeerderde de fondateurs by notariëelen akt de stichting met verscheidene missen, het meestendeel voor hunne bloedverwanten; eene is er aengeteekend voor wylen den aertsbisschop Hovius.
De stichters werden in die kapel voor den autaer begraven; op eenen blauwen steen stond het volgende wonderbaer opschrift :
D. O. M.
Vivus hane mihi domum paravi
in qua quiesco mortuus,
sum etenim hujus savelli fundator
GASPAR ESTRIX
Et
ANNA-CATHARINA BRANTS,
scis jam, viator, qui sim, aut potius fuerim;
le vero in tenebris noscere nequeo :
te ipsum vero ut noscas rogo
R. I. P.

Buitenwaerts tegen den muer zuidkant stond een vlaamsch opschrift in een marmeren steen :
Tot meerder erre Godts
en van de alerh. Onbevlekte maghet
en Moeder Maria
is dese kapelle in 1730 loffelyck
gesticht geweest met eene capelrye
en de nachtpastoor voorzien
ten behoeve van dese gemeynte
van Geerdeghem door Mynheer
Gaspae Extrix
Heere van Swyveghem
en syne huysvrouwe juffrouw
Anna-Catharina Brandts
te saemen getrouwd geweest 60 jaeren
sy is overleden 17 november 1759
in den ouderdom van 81 jaeren
Bidt voor de zielen
van dese godtvruchtige
weldoeners

Den 21 september 1760 stierf haren man, oud 83 jaren.

De kapel van Geerdegem is in 1797 gesloten en de goederen der fondatie werden door het fransch bestier aengeslagen.

In 1798 den 29 july werd ze op het stadhuis alhier verkocht om afgebroken te worden, en lag in de maend augustus geheel ten gronde. De teekening daervan is bewaerd door de teekenaer Mandeluyn, en bevindt zich onder de gezigten der mechelsche oudheden by de liefhebbers ter stede. Zy was naer den gemeenen kapellenvorm, hebben de 35 voeten lengte op 15 breedte; zy had veertig voeten tot het punt van het dak, waerop een spiltorentje van 20 voeten lengte geplaetst was; zy was zydwaerts door zes vensters verlicht, en door eene groote in den voorgevel.

Onder het Fransch en het Hollands bestier bleven de inwoonders van Geerdegem en Hofstade beroofd van een dusdanig gewyd gebouw, waer zy konden de mis hooren en in tyd van nood de geestelyke hulpmiddelen des godsdienstes verkrygen. Dit had een einde in 1841; de wel edele en zeer achtbare heer L. De Meester de Tilburg, die zyn buitengoed te Hofstade had, en van het bloedverwantschap was van de godvruchtige fondateurs vermeld, had lang gedacht de kapel van Geerdegem te herstellen, niet op de oude plaets maer te Hofstaden, tien minuten gaens voorder de groote baen op; den 26 october 1841 werd Zyne Eminentie de kardinael Engelbertus, aertsbisschop van Mechelen, naer Hofstaden plegtiglyk ingehaeld om den eersten steen te leggen der nieuwe kapel die op zulk plan besteken was, dat zy voor eene parochiekerk later konde dienen. Dit was immers het oogwit. Een groot deel der inwoonders der gehuchten Hofstaden en Geerdegem waren door de Lovensche vaert afgesneden van hunne parochiekerk, en konden met den winter menig mael niet zonder de grootste moeijelykheid hunne godsdienstige pligten volbrengen. In den loop van 1842 was de nieuwe kapel of beter de kerk van Hofstade volbouwd, byzonder door de zorg en medewerking van den wel achtbaren heer L. De Meester de Tilburg en van zynen schoonzoon de graef Cornet de Peissant, die met den grootsten iever en uit ware gevoelens van godsdienst zich gans en geheel aen dit goed werk besteed heeft. De inwoonders van Hofstade betreurden zyn vroegtydig afsterven op den 15 September 1848. Eene gescholderde glasraem gemaekt in 1851 door onzen stadsgenoot den heer J. Plays, vereeuwigt in de kerk van Hofstaden de gedachtenis van dien voortreffelycken weldoener.

De kerk van Hofstaden is door den aertsbisschop van Mechelen tot parochie verheven in 1844. De eerste pastoor was de eerw. Heer E. Peeters, genoemd den 30 september 1844; hy stierf op 23 april 1857, en werd opgevolgd door den tegenwoordigen pastoor den eerw. Heer J. Van de Welde, genoemd den 13 der maend Juny…”

Artikelen over Jan Schoeffer

  • A. de Rees, De Noter's en hun werk.,113-172 + Lijst der aquarellen van J.B. De Noter. Albums Schoeffer (Stadsarchief) 173-185, IX pl.,42,1937
  • Marcel Kocken, De verzameling “Schoeffer” op het stadsarchief.,92-103, 3 afb. + stamboom + lijst, 104-133.,67,1963

Beweringen van Jan Schoeffer

Volgens Jan Schoeffer zou op de plaats waar nu de Sint-Romboutskathedraal bevindt, ooit (in de 10e eeuw) een kerk hebben gestaan die toegewijd was aan Maria Magdalena. [12] Eveneens vermoedde hij dat de Begijnhofkerk in de Mechelse Nonnenstraat onderdelen bewaarde van een veel oudere kerk op dezelfde plaats. [13]

Externe links

Voetnoten

  1. BimSem
  2. VIOE
  3. Kant - Jan Schoeffer: Historische aantekeningen, De Orconde, Mechelen
  4. Mechelen in opmars
  5. Cultuurraad Mechelen 2010
  6. RIM
  7. DBNL
  8. Seniorennet
  9. De winst van de waanzin": de financiën in de Cellebroederskloosters van Diest en Mechelen in de achttiende eeuw - blz 368
  10. Brabants Heem
  11. Mechelen blogt
  12. Mechelen blogt
  13. VIOE
Translation

Also on Fandom

Random wikia