Fandom

Scratchpad

Mechels dialect

215,979pages on
this wiki
Add New Page
Discuss this page0 Share

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Translation : Dialect words and phrases from Mechelen


Ijzerenleenouwmadammen

Een Mechelse conversatie

Het dialect in Mechelen is rijk aan woorden en uitdrukkingen.

Hier een greep uit de lange woordenlijst.

A

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Aanhangwagen : Remork Aardappelmesje : Petatschilder Aardbeien : Jeirbêzen
Aansteker : Brikè Afkeer : Dégoe Ambras : Kweddelen
Angstig persoon : Labbekak / Broekschijter Arm : Errem (Armband)horloge : Leuzze

B

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Baard : Baad Babygezicht : Bebbekenstôôt Bagage : Begeuzze
Bakharing : Boeksering Bananen : Bananne Bangerik : Ne Schrikkentist
Barst : Bèst Bedelen : Schoeien Benen : Biene
Begijnhof : Begaonof Beleefd : Beleifd Bende kleine kinderen : Sôôt
Berg Mayonnaise : Klad Majoneis Berg Mosselen : Spoos Mossele Bij : Bao
Bij (insekt) : Béke Bijna : Bekanst Bijten : Knaove
Bijvoorbeeld : Bevuibeld Binnenmonds verwensingen maken : Kneurre Bisschop : Buskop
Blaffen : Bassen Bluffer / Opschepper : Schepzak Boekentas : Kalpein
Bomen : Boeme Bonheiden : Bonhaoje Boodschappen : Komisse
Bord(en) : Talloeër(e) Borstel : Be(u)stel Botsen (in een Ruzie) : Voenke
Breedschouderig : Geblokt Brij : Braggel Bril : Musaazer
Broer : Bruur Brood : Broeëd Bromfiets : Broemmer
Brouwerij : Braoverao Bustehouder / BH : Tèttagère Buurt : Kottei

C

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Café : Staminee Centrale Verwarming : Sjoffaasj ...

D

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Dakgoot : Koernisj De Afgestorvenen : De Doeë De Gevangenis : ‘t Gevang
Deken : Seuzze Denken : Pouze Deksel : Scheel
De politie : De polis Deur : Duir Dikke natte zoen : Bees
Discussieren : Ressoneren Dit allemaal : Dieë iele Santenboetik Domme dingen : Onnoezeletaote
Dom persoon : Nen Dô Doodmoe-1 : Kuizoep Doodmoe-2 : Poempaf
Door : Dui Dooreengesmeten / Wild (Bv. Hoofdhaar) : Deuriengewèzzeld Doorzakken : Duizakke
Door het dolle heen lallen : Razen Doos : Doeës Dorp : Deurrep
Dorst : Deust Draaien : Drôôje Draai rond uw oren : Saflèt
Drab (van koffie) : Groos Dreadlocks : Trèsjkes Dronken / Bewusteloos : Meurreg
Droog : Droeg Druif / Druiven : Drôôf / Drôven Dwars-1 : Duur de Komprenuur
Dwars-2 : Dweis ... : ... ... : ...

E

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Een auto : Nen otto Een bad nemen : Een bad pakken Een beetje te (licht/donker/rood/groen/...) : Een tikkeltje te ...
Een koude windvlaag : Ne kaoven trok Een praatje maken : e Klappeke doen Een Tasje Koffie : e Sjatteke Kaffe
Egoistische Vrouw : Gierige Pin Eieren : Aure Eigenlijk : Faotelek
(...En al de) rest / overschot : (...En iel den) bataklang Enkel : Knoesel Er beweegt iets : Er boezjeert iet
Erg : Eirreg Ergens : Ieveranst Er van onder door muizen : Wegsjiezen

F

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Fietselastiek : Snelbinder Fiets : V'lo Fietsveiligheidsspeld : V'lospèl
Figuur / Borstkas : Karreur Fluiten : Flôôte Foefelaar : Kwèddeleir
Fopspeen : Tutter French Kissing : Een toeng draoien Frieten : Frut
Fruit : Froot ... : ... ... : ...

G

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Gaas : Sparrendrap Gaatje in Fietsband / Pingpongballetje / Voetbal : Fitteke Gedoe-1 : Gemeuzzel
Gedoe-2 : Getaffel Gedoe-3 : Gefrutsel Gehaktbal : Boellèt
Gekromde rug : Schoef Geldbeugel : Porteful Gerafelde knoop / Draaimolenattribuut / Slang voor Penis : Flosj
Geregeld vreemd gaan : Aonaoverao Gewéldig ! : Graaf ! Gezicht : Smikkel / Tôôt
Gezin : Famille Glasresidu : Glinsterinkskes Glijbaan : Schôôvaf
Goedkoop : Van de Goeiekoep Gordijnhouder : Sjambrang Gratis : Van de Verniet
Griezelen, rillen : Grezzelen Grijpen / Graaien : Grabbelen Groentenmengeling : Massedwan
Groot autolicht : Faar Grote : Groete ... : ...

H

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Haar : Eur Haardos : Kallot Haken (Haakwerk) : Krosjteren
Handtas : Sakosj Hard gillen : Krèssen Hard, luid : Hèt
Hart : èt Heet : Hiet Helemaal : Ghieleganst
Helemaal kapot : In frut vanien (Een) Hemd : (Een) Em Hemdskraag : Reveir
Herenhuizen : Hierehooze Herinneren : Rappeleire Het gras : 't Gès
(Het is) frisjes : Tis killeg Hij neemt : Aa nèmt Hoe ver : Oeveir
Hofstade : Ofstôôje Hond : Tei Houten vloer : Planchei
Hou uw mond : Hèft a bakkes Huishuur : Oôsseur Hun : Uillesen

I

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Iemand : Dienen iene Iemand moedwillig op stang jagen : Iemand kreten IJscreme : Kreimegelas
IJskast : Aoskas IJzerdraad : Pinnekesdraod Ik heb : Kèm
Ik hoor U niet ! : Koerani ! Ik zie het : Kzeent In de buurt van : In de gebure van
In de schaduw : In de loemmer Inferieure Goederen : Kammelot In het zand spelen : Int jeir speile

J

Rij 1 Rij 2 Rij 3
(Je hebt iets) gehaald : (Get iets) Geuld ... ...

K

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Kadertje / Randje : Biezeke Kamerjas : Peingwaar (Peignoir) Kapotgemaakt : Verenneweerd / geskallodderd
Karamelsnoepje : Sjik Kauwgum 1 : Langenasem Kauwgum 2 : Tuttefrut
Kauwgumballenautomaat : Chiclettenbak Keel : Pèppeke Keihard werken-1 : Knoeften
Keihard werken-2 : Prossen Keihard werken-3 : Travakken Kerel : Keirel
Kerkhof : Keirkof Kikker : Ne veus Kin : Knèp
Kinderen : Kadeeje Kinderslabbetje : Bavèt Kinderwagen : Zjarèt
Kinnebakkes : Tôôt Klaar / Af : Kleir Klanten : Kallante
Klein zwart beestje : Meurzouker Kloten : Kloete Knijpen : Neipe
Knikkers : Mèrrebollen Knorrig persoon : Ne neurk Koffie : Kaffe
Konijn(epoot) : Konaun(epoet) Koning : Kuining Kont : Poep
Kookpot : Kasrol Koord(je) / Touw(tje) : Koeër(ke) Koorts : Ke(u)ts
Koppig of Halsstarrig Zwijgen / Stampevoeten : Pètten Korf : Keurf Kort : Ke(u)t
Koud : Kaa Koude rilling / Kiekevlees : Vapeurrekes Koude Schotel : Kauve Pla
Kraamkliniek / Materniteit : Moederôôs Kraampje : Krommeke Kras (op auto) : Schaar
Krijsen : Krèsse Krekelig : Krikkel Kruipen : Kroope
Kuchen : Koechelen Kwaadaardig, slecht persoon : Schulle ... : ...

L

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Ladder : Lieër Langdurig binnenmonds genieten (Van Snoep, Pepermunt of Perziksteen) : Sabbelen Lange mantel : Paltô
Lange overjas : Pardeseu Lange regenjas : Eimpermeabel Langwerpige, stoffen Koffiezak : Buis
Lastig : Ambetant Leuvensesteenweg : Luifese Stieweg Lever : Leiver
Licht (niet zwaar) : Loecht Lieveheersbeestje : Liveniersbiesje Lol : Leut
Longontsteking / Bronchitis : Bronsjit Loon : pré Lopen : Loepe
Lopende neus : Snotvalling Luchtbanden (Fiets / Auto) : Banne Lucifers : Stekskes
Luiaard : Lamzak ... : ... ... : ...

M

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Markt : Mèt Mechelse Kant 1 : Etterjefke Mechelse Kant 2 : Mekesbolleken
Meikever : Meulder Meisje : Meske Melodietje : Erreke
Mensenschuw persoon : Seut Mijn Man : Die-e van ons Mijn Vrouw : Die van ons
Minieme borstomvang : Plat schap Mond : Tout Mooi : Schoen
Mooie / Lelijke Roodharige : Schoen / Lilleke Rosse Mooi meisje : Ferm Griet Motorfiets : Motto
Mouwen : Maove Muizen (Dorp) : Mooze (Deurrep) Muts-1 : Pots
Muts-2 : Titantolleke Mysterieus : Heimelijk ... : ...

N

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Naar de WC gaan : Ao Komisse doen Naast elkaar : Neuffenien Nadenken : Napaoze
Neuken : Poeppen Niemand : Gienen iene Niet gewoon : Grellig
Niet meer strak : Oôtgelebberd Niet om mee te lachen : Van de serjeus Nieuw : Nief
Nieuwsgierig aagje : Kerjeuzeneuzemosterdpot Nieuwsgierigheid 1 : Kerjuizegèd Nieuwsgierigheid 2 : Kerjuizetaot

O

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Om zeep helpen : Vermoeëze Onaantrekkelijk / Kleurloos : Doef (Onder)hemdje : (Onder)lijfke
Ondervest : Zjillée Ongeduldig : Gepresseerd Onkruid : Onkrood
Onnozel ventje : Mettekou Onvrijwillig : Stoemelings Onzinnig bezig zijn : Prullen / Kleuteren
Oog : Oeg Op een hoopje gooien : Baoïenrammaseren Opnieuw-1 : Oepsevès
Opnieuw-2 : Vaneir Op tabak knabbelen : Sjikken Opvouwbaar Plastieken Regenmantel : Kaawee
Oude vieze kleren : Klodden Overdrijven : Ouverdraove Overgeven (Braken)-1 : Spaove
Overgeven (Braken)-2 : Geubbele Overloop : Allei ... : ...

P

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Paardekop : Pjeirekop Paljas : Kloefkaffer Paneermeel : Zjappeluur
Paus : Paos Pannenkoeken : Koekebakke Pantoffels : Sloeffe
Peperkoek : Pontekoek Peren : Pijre Perziken : Pèzze
Pikken / Stelen : Ratte Pint : Bok Plaats : Pleuts
Plagen : Treiteren Plakje (Hesp) : Schel (Hesp) Plastiek tafelkleed : Twalsiree
Platendraaier : Pikkup Pluisje : Pluske Politie : Pollis
Polsketting : Braunzelèt Pop / Zwaargeschminkte Vrouw : Poeppemie Poppenkast : Poeppekas
Pottenhersteller : Pottefeir Pracht en praal : Groete chichi Praten / Tateren : Laméren
Problemen : Kwèddele Pruilen / Mokken : Moenken Prullen : Meuzzelen
Prutsen : Foeffelen Puist / Verhoging : Boebbel Puist (Zwerend) : Wier
Pyama : Pizjama ... : ... ... : ...

R

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Raamluik : Blaffetuur Rammeling : Toeffeling Rechters (Gerecht) : Zjeuzes
Regen : Reigge(n) Regenzeil : Basj Reis : Raus
Rem(men) : Frein(en) Richtingaanwijzer : Pinker Rijk : Raok
Rijmenam : Raomenam Rij rauwe eieren : Rao rao aore Rij wachtende mensen : Root
Rochel : Flôôm Roken-1 : Doempen Roken-2 : Smoeren
Rotzooi : Hannekesnest Ruit : Rôôt ... : ...

S

Rij 1 Rij 2 Rij 3
's Avonds : Saavves Saxofoon : Sakseffon Schaar : Scheir
Schaatsen-1 : Schofferdaune Schaatsen-2 : Scheutse Schoen : Schoon
Schoenen : Schoone Schokkend lachen : Gibberen Schommel : Boesjkammeree
Schoteltje : Soetaske Schouder : Schaover Schuim : Schôôm
Sjaal : Sjal Slager : Bienaover Slag / Weerbots : Doef
Slagroom : Kreemfrèsj Slapen : Maffen Slenteren : Steissele
Slijmen : Flieëmen Slippers : Sletsen Smerig : Smeireg
Sneetje brood : Bot'r'am Snelvuurwapen : Mitrajèt Snijden : Snaoien
Snuffelen : Snollen Snuit : Snôôt Snuiten : Snutten
Solden / Tweedehands : Okkeuzze Sommige : Soemmegste Speekmedaille : Spiekmadeulle
Speelplaats : Koer Speels plagen : Fikfakken Spinazie : Spineuzze
Spreken : Klappen Springveer : Ressoor Spuwen : Speken
Station : Staase Step : Trottinèt Sterven : Steurve
Steunbalk : Baar Stoep : Borduur Stommeling : Stoemerik
Stoofvlees : Stoufkrabbe (Stoom)strijkijzer : (Stoem)straokaozer Stopcontact : Prees
Struikelen 1 : Stroenkelen Struikelen 2 : Stroempelen Struis : Strôôs

T

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Taaltje : Teultzje Taart : Toert Tafelvoetbal : Kickerkas
Tafelvoetbal spelen : Kickeren Tas Koffie : Zjat Kaffe Teelballen : Kloete
Tegendraads : Tegenstroem Tegenwoordig : Serrewoureg Televisie : Tellevies
Tenen : Tiene Tentoonstelling : Eksposseesse Tesamen / Bijeen : Baoïen
Toog : Toeg Toon : Toen Total Loss : Peirtotal
Trui : Trôô ... : ... ... : ...

U

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Uit : Ôôt ... ...

V

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Vaak / Geregeld : Dikkes Vechten : Batteren Veel : Veul
Veel beter : Vuil beiter Veel volk / Druk : Begankenis Veertje : Pluimmeke
Veiligheidsspeld : Toespèl Venijnig : Venaoneg Ventiel : Soepap
Verflaag : Koesj Verkoudheid : Valling Verlangend kijken : Loenken
Vermaler : Pasvit Vermoeidheid : Meugte Verwarrend tekenen (vooral door peuters) : Kribbelen
Verweerd : Afgeroefeld Vest : Frak Vijs, die loszit... die lootert
Vijver : Vaover Vlees : Vlies Vlinders : Peipels
Vloerwisser / Flessenopener : Aftrekker Voetballen : Shotten Voetje-voor-voetje vooruitgaan : Aont schaffelen
Voetpadtegel : Dal Vol plooien : Verfroemmeld Volwassen persoon, die zich kinds gedraagt / Jong speels dier : Meutte
Voorbinddoek / Voorschoot : Vuisschoet Voorstel : Proposseese Vooruit / Achteruit : Veurôôt / Achterôôt
Vork : Verkèt Vrijen : Tettekereus Vroeg : Vreug
Vrouw : Vraa Vuil : Vôôl Vuistslagen geven : Toeken

W

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Waarom-1 : Waroem Waarom-2 : Veuwa Wandelen door modder : Dabben
Warmbloedig persoon : Nen hieten tien Washandje : Lavèt Wastafel : Poembak
Water dat kookt... da broebbelt Waterketel : Moeër Wat moet ge hebben ? : Wamoetemme ?
Wc : Koer Week : Weik Weinig : Waonneg
Werkmanslunch : Schoofzak Wij : Woule Wind laten : Protten
Wonen : Woene Wortelpuree : Weuttelestoemp Wrijven-1 : Roeffelen
Wrijven-2 : Reussen ... : ... ... : ...

Y

Rij 1 Rij 2 Rij 3
IJzeren watertobbe : Bassèng ... ...

Z

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Zagen / Zeveren-1 : Mèmmen Zagen / Zeveren-2 : Scheurrepen Zak : Kabas
Zakdoek : Zèkkendoek Zak in Jas of Broek : Tès Zand / Grond : Jeir
Zee : Zie Zeef : Tempst of Zift Zeep : Ziep
Zetpil : Suppozidwaar Zij (enkelvoud) : Zuir Zij (meervoud) : Zeille
Zijkant voetpad / Voordeursteen : Deurpel Zin / Goesting : Iever Zoals : Gelèk
Zoethout : Kalisjenstok Zojuist : Tezjust Zuurtje (Snoep) : Bees
Zwaar hoesten : Bassen Zwaar hoofd : Nen doemme kop ... : ...

Mechelse uitdrukkingen

In Mechelen staat het water in de straten van aan het Station tot aan het Seminarie... In Mechele staaget waater in de straate van aan de Staase tot aan 't Summenaare
Een oude Mechelse Uitdrukking die men gebruikte tegen een Eeuwige Zagevent : Fret oe Kas oep, scheit Kalotte en ga oe Parruk in Paoraos verkoepe
Niets doen... 't Plaffon van de Groete Mèt schildere
Hoe zegt een Mechelaar bijvoorbeeld dat iemand arm is?
  • èrmoei is troof
  • a zit in de krot
  • 't is krot en kompanee
  • a-j-ij gien broek nemie an ze gat
  • a-j-ij giene nagel nemie oem ze gat te krabbe
Wat is dat voor gezever ? Wadisda veu truut ?
Die persoon heeft bij mij afgedaan Die hee in men raape geschete
Braken Over aa toeng kakken
Serieuze schrik hebben... Met de Poeppers zitten
Hard werken... Aove nikkel afdraoien
Je had het mogen houden... Gadet meugen auve
Zwaar verliezen (Voetbal / Kaartspel)... Serieus oep ao kas krijgen
Op een winderige plaats staan (Met een snotvalling tot gevolg...) In den trok/trek staon
Hij verbeeldt een ziekte Hao is ziek aon zen kriek
Stilaan ziek worden Iets aon broeien
Vandaag verlaat ik mijn woning niet meer... Komme kot ni mier ôôt
Dat gaat niet samen... Da akkordeert ni
Dat kan ik niet betalen... Da kan maone brôône ni trekke
Hebben ze je beetgenomen ? Emme ze een pad in ao keurref gezet ?
Wat ben je bereid hiervoor te betalen ? Wa schuift da ?
Ik zal dat ding eens scheef / recht trekken. 'k Zal er is ne vroeng aon geve
In een flits Oep nen ikke enne goa
Hij is loom / Hij geraakt niet opgestart Ao zit mè doe joeng
Het water spuit hier alle richtingen uit Tis hie aont dressen
Ik heb U met 3-0 verslagen 'k Em ao mè 3-0 afgedroegd
Ik krijg daar het heen-en-weer van Kraog er de weubbes van
Dat wordt een hele aanpassing om... Da zal e gatteke varen
Hij heeft het (te pakken)... Ajeichet
Die zwijgt voor niemand... Daddis ien mè een frank blad
Ik ken niks van voetbal... Ik weet nul de botte van voetbal
Een (vuist)slag in uw gezicht Een peir oep ao bakkes
Gij zijt niet goed wijs Goa vangt
Niks staan te doen Aont geiloegen
Hij werkt op mijn zenuwen Dieë werkt oep men seskes
Je hebt 100 procent gelijk Ge zit er boenk oep
Een verkoudheid opdoen Een valling oepscharen
Jij hebt geluk Goa hèt piet
Zie je het niet ? Hedde goa prut in ao oege ?
Ter gelegenheid van ?... Ter iere van welken Haolege ?...
Grote trek / honger hebben in... Ne serieuze gusting emme veu(r)...
Gij kunt den boom in ! Terreire Zjeraar !
Daar komt niks van in huis ! Da zal tege zen sjokkedaoze zèn !
Ik ga slapen 'k dôôk / krôôp 'r in
Ik heb nog geen trek 'k èm nog gienen 'oenger

Hollands / Mechels

Een chroot zakkie Patat met feel Meeyo Een groet pak Frut mè veul Majoneis
Jeetje ! Amai, maone frak !
Jus d’Orange Frôôtsap
Hup ! Veurôôt / Achterôôt !

Vervoegingen van het werkwoord (hebben)

'k Em Wemme
G'et Get
Ajei Zemme

Onomatopeeën

Deksel : Scheel Scheel : Scheil
Hoe was het ? : Oewast ? Hoe was je het ? : Oewastet ?
Kras : Schaar Schaar : Scheir

Cijfers

Rij 1 Rij 2 Rij 3
1 : Ien 2 : Twie 3 : Drao
5 : Vaof 7 : Zeive 13 : Detteen
14 : Vietien 20 : Twinteg 40 : Fieteg
70 : Seiveteg ... : ... ... : ...

Kleuren

Rij 1 Rij 2 Rij 3
Blauw : Blaod Bruin : Broon Grijs : Graos
Groen : Gruun Purper : Mauf Rood : Roed
Zwart : Zwèt ... : ... ... : ...


Translation

Also on Fandom

Random wikia